Resultaten worden geboekt, maar de weg is nog lang!

Het is al tien uur als we landen op de airstrip van Daadab. Het kleine vliegtuigje van Kenia Airways maakt een – alle omstandigheden in acht genomen –  zachte landing. Bij het verlaten van het vliegtuigje wordt duidelijk dat ‘samenwerking’ het woord van de dag zal worden. Collega’s van Handicap International, Oxfam en UNICEF – die in België samen met Caritas International en Dokters van de Wereld het Belgisch noodhulpconsortium 12-12 vormen – staan ons samen aan het vliegtuig op te wachten. Minister van ontwikkelingssamenwerking Chastel die pas twee uur eerder in Nairobi is geland met een nachtvlucht uit Amsterdam, wordt door de lokale ploegen warm onthaald.

Na de onvermijdelijke, maar korte briefing in de compound van de Vluchtelingenorganisatie van de VN, trekken we naar Dagahaley, een van de vluchtelingenkampen van Dadaab. We zijn er getuige van hoe nieuw aangekomen Somalische vluchtelingen geregistreerd worden.  Ook vandaag nog komen nieuwe vluchtelingen aan in Dadaab, maar hun aantal is sterk verminderd, tot een dzuiendtal per dag. Het totaal aantal vluchtelingen is echter hallucinant: meer dan 430.000, tweemaal zoveel als de volledige bevolking van de stad Gent! 

Na hun registratie krijgen de mensen een medisch onderzoek door een lokale ploeg van Artsen zonder Grenzen.  De angst voor ziektes en het ontstaan van epidemieën in de kampen in groot, zeker nu er enkele dagen geleden enkele gevallen van cholera werden ontdekt. De samenwerking tussen alle humanitaire actoren is hartverwarmend en wordt door de minister naar waarde geschat. Het wordt een sleutelwoord bij debriefing aan het einde van het bezoek.

Na de medische controle, schuiven de vluchtelingen aan voor een eerste voedselrantsoen van het Wereldvoedselprogramma. Elke maand is er nood aan 9miljoen dollar om de voedselbedelingen te financieren! Handicap International vangt in een vroeg stadium van de ontvangst  de kwetsbare vluchtelingen of  mensen op met een handicap. De organisatie zorgt voor een speciale begeleiding voor hen. Minister Chastel luistert met belangstelling en bewondering naar de uitleg van de plaatselijke verantwoordelijke van Handicap International.

Nadien rijden we door naar een ander vluchtelingenkamp waar de niet-gouvernementele ontwikkelingsorganisatie Care met de steun van UNICEF een onderwijsprogramma heeft opgezet.  Somalische kinderen krijgen er aangepast onderwijs in noodscholen en onderwijstenten. Kinderen leren er levensvaardigheden aan, zoals een goede hygiëne, en tegelijk krijgen ze extra medische zorgen en voedselbijstand. Het aantal scholen blijft beperkt: 90 scholen voor de naar schatting 200.000 kinderen. De lessen worden gegeven door Somalis die zelf gevlucht zijn. Het is de bedoeling om de capaciteit voor het onderwijs stelselmatig op te drijven om allé kinderen een kans op onderwijs te geven. Voor vele Somalische kinderen is dit een unieke kans: in eigen land kon maar een beperkt aantal kinderen naar school. Maar ook volwassen, in het bijzonder vrouwen, leren hier voor het eerst lezen en schrijven.

De laatste halte in onze terreinmissie brengt ons naar een derde kamp. Het is inmiddels al laat in de namiddag, maar de zon zorgt nog steeds voor een dikke 30 graden. Kilometers lang rijden we voorbij lange rijen van vluchtelingententen.  De lokale ploegen van het Hoog Commissariaat voor de Vluchtelingen en Oxfam informeren ons over de programma’s die opgezet worden om water en latrines naar de mensen te brengen. Enkelen onder ons nemen de proef op de som en duiken een latrine in om hun behoefte te doen.  Minister Chastel krijgt de tijd om een stukje door het kamp te wandelen.

De mensen zijn opvallend opgewekt en vriendelijk. Sommigen onder hen leven hier al meerdere maanden. Anderen werden pas recent in dit kamp ondergebracht, nadat ze eerst aan de periferie hadden gezeten.  Samen met de minister bedenken we dat de mensen hier wellicht voor langere termijn zullen moeten zien te overleven. Geen prettig perspectief. Sommige Somalis hebben de handen uit de mouwen gestoken en zijn een handeltje begonnen. We zien hoe een vrouw op een tafeltje enkele schamele aardappelen te koop aanbiedt. We wandelen voorbij een waterpunt dat Oxfam opgezet heeft. Kinderen lachen en spelen. Even later zien we een grote tent van UNICEF waar ’s morgens school wordt gegeven en nadien kinderen de kans krijgen om te spelen. Het kamp lijkt zich te ontwikkelen als een nieuwe stad. De voorzieningen worden stelselmatig uitgebouwd naarmate meer fondsen beschikbaar worden. Binnen enkele dagen brengt Dokters van Wereld een extra team van hulpverleners naar Dadaab.

De vluchtelingenkampen van Dadaab zijn maar een van de concrete illustraties van het antwoord op de effecten van de droogte en de honger in de Hoorn van Afrika. De ergste noden zijn in Somalië, waar ook de meeste vluchtelingen vandaan komen. Daarom investeren de lidorganisaties van 12 12 meer dan 2/3 van de ingezamelde fondsen in Somalië. Ze werken er in vaak moeilijke omstandigheden met een grote graad van onveiligheid. Het werk gebeurt vaak op een discrete wijze, zo ook door Caritas. In geen geval mogen de operaties en de hulpverleners in gevaar worden gebracht. 

Ook in Ethiopië, Dijbouti, Eritrea en andere delen van Kenia wordt de hulpverlening opgedreven. Toch voorspelt de toekomst op korte termijn weinig goeds. Verwacht wordt dat de hongersnood zich verder gaat uitbreiden tot december 2011. Iedereen vreest bovendien voor de epidemieën die de kop kunnen opsteken eens de eerste regens vallen.

Hoe kunnen we een dergelijke catastrofe in de toekomst voorkomen? De vraag doorkruist eenieders brein. Het antwoord ligt in een stabiele politieke omgeving, veiligheid en economisch perspectief in Somalië. Allen dan zullen we de impact van een zware droogteperiode kunnen beperken.  Dat dit niet gemakkelijk gerealiseerd zal worden, is duidelijk. Maar even duidelijk is dat daar in de komende maanden en jaren de internationale gemeenschap daar de extra aandacht en inspanningen zal moeten aan besteden. Het is een boodschap die minister Chastel en de tiental journalisten die hem vergezellen ongetwijfeld mee naar Brussel nemen.

Maar ondertussen wacht de dringende noodzaak om de humanitaire hulpverlening in de regio op te drijven en de vluchtelingen, ontheemden en hulpbehoevende bevolking in de regio te helpen te overleven en een leven uit te bouwen.

Yves en Erik – 12 september 2011

Vertegenwoordigers van 12 12 op missie in Dadaab, Oost-Kenia

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s